Afkortingen in security
Security zit vol afkortingen: SSO, MFA, SIEM, SOC, XDR, WAF. Op deze pagina staat elke afkorting uit de begrippenlijst van esif.nl met de volledige naam en een kort antwoord van 40 tot 60 woorden. Zo zie je in 1 oogopslag waar een afkorting voor staat en waar hij in de praktijk voor wordt gebruikt.
| Begrip | Korte uitleg |
|---|---|
| 2FA (tweefactorauthenticatie) | 2FA staat voor tweefactorauthenticatie: een manier van inloggen waarbij je met 2 verschillende factoren bewijst wie je bent. Naast je wachtwoord gebruik je bijvoorbeeld een code uit een app op je telefoon of je vingerafdruk. Een gestolen wachtwoord is dan niet genoeg om in je account te komen, omdat de aanvaller ook de tweede factor nodig heeft. |
| APT (advanced persistent threat) | APT staat voor advanced persistent threat: een aanvaller met veel kennis en middelen die langdurig en gericht probeert binnen te dringen in een organisatie en daar ongemerkt te blijven. Meestal gaat het om groepen die voor een staat werken en uit zijn op spionage of het voorbereiden van sabotage. Met APT wordt ook de aanvalsgroep zelf bedoeld, zoals APT28. |
| CVE (Common Vulnerabilities and Exposures) | CVE staat voor Common Vulnerabilities and Exposures: een openbare catalogus waarin elke bekende kwetsbaarheid in software of hardware een uniek nummer krijgt, zoals CVE-2021-44228. Met dat nummer weten leveranciers, beheerders en securitytools precies over welke kwetsbaarheid ze het hebben. Een CVE-nummer zegt zelf niets over de ernst; daarvoor wordt CVSS gebruikt. |
| CVSS (Common Vulnerability Scoring System) | CVSS staat voor Common Vulnerability Scoring System: een internationale methode om de ernst van een kwetsbaarheid uit te drukken in een score van 0 tot 10. Hoe hoger de score, hoe ernstiger de kwetsbaarheid. Een score van 9,0 of hoger heet kritiek. CVSS meet de technische ernst en niet het risico voor een specifieke organisatie. |
| Cyber | Cyber is een voorvoegsel dat verwijst naar computers, netwerken en de digitale wereld, zoals in cybersecurity, cyberaanval en cybercriminaliteit. Het woord is afgeleid van cybernetica, de wetenschap van besturing en communicatie die Norbert Wiener in 1948 introduceerde. Die term gaat terug op het Griekse kubernètès, dat stuurman betekent. |
| DMZ (demilitarized zone) | DMZ staat in netwerkbeveiliging voor demilitarized zone: een apart netwerkdeel tussen internet en het interne netwerk van een organisatie. Servers die vanaf internet bereikbaar moeten zijn, zoals webservers en mailservers, staan in de DMZ. Firewalls scheiden de DMZ van beide kanten, zodat een aanvaller die zo'n server overneemt niet direct in het interne netwerk terechtkomt. |
| EDR (endpoint detection and response) | EDR in security staat voor endpoint detection and response: software op laptops, werkstations en servers die continu vastlegt wat er op het apparaat gebeurt en verdacht gedrag herkent. Anders dan een klassieke virusscanner let EDR op gedrag in plaats van alleen op bekende malware. Een analist kan een besmet apparaat vanuit EDR op afstand onderzoeken en van het netwerk isoleren. |
| HSM (hardware security module) | HSM staat voor hardware security module: een fysiek apparaat dat cryptografische sleutels veilig aanmaakt, bewaart en gebruikt. De sleutels verlaten de HSM niet onversleuteld, en de behuizing detecteert pogingen om het apparaat open te breken. Banken, certificaatautoriteiten en cloudaanbieders gebruiken HSM's om betalingen, digitale handtekeningen en versleutelde gegevens te beschermen. |
| IAM (identity and access management) | IAM staat voor identity and access management: het geheel van beleid, processen en systemen waarmee een organisatie bepaalt wie toegang krijgt tot welke systemen en gegevens. IAM zorgt dat elke medewerker een eigen account heeft, alleen de rechten krijgt die nodig zijn voor het werk en die rechten weer kwijtraakt bij een andere functie of vertrek. |
| IDS en IPS | IDS staat voor intrusion detection system en IPS voor intrusion prevention system. Beide controleren netwerkverkeer of systemen op tekenen van een aanval. Een IDS geeft alleen een melding, zodat een analist kan beoordelen wat er aan de hand is. Een IPS kan hetzelfde, maar probeert verdacht verkeer ook automatisch te blokkeren. Vaak zitten beide functies in 1 product. |
| MDR (managed detection and response) | MDR staat in security voor managed detection and response: een dienst waarbij een externe partij doorlopend dreigingen op de systemen van een organisatie opspoort, onderzoekt en er direct op reageert. De dienstverlener combineert eigen detectietechniek met analisten die aanvallen beoordelen en indammen, bijvoorbeeld door een besmette laptop van het netwerk te isoleren. |
| MFA (multifactorauthenticatie) | MFA in security staat voor multifactorauthenticatie: inloggen waarbij je met meerdere onafhankelijke factoren bewijst wie je bent. Je combineert bijvoorbeeld iets wat je weet (wachtwoord), iets wat je hebt (telefoon) en iets wat je bent (vingerafdruk). Wie alleen je wachtwoord steelt, komt daardoor niet in je account. |
| MSSP (managed security service provider) | MSSP staat voor managed security service provider: een externe dienstverlener die de beveiliging van een organisatie geheel of gedeeltelijk uitvoert op basis van een doorlopend contract. Denk aan het beheren van firewalls, het bewaken van systemen vanuit een security operations center en het reageren op incidenten. De organisatie blijft zelf verantwoordelijk voor haar informatiebeveiliging. |
| NAC (network access control) | NAC staat voor network access control: technologie die bepaalt welke apparaten en gebruikers verbinding mogen maken met het interne netwerk van een organisatie. NAC controleert bij het aansluiten wie of wat er verbinding maakt en of het apparaat aan de beveiligingseisen voldoet. Apparaten die niet voldoen, worden geweigerd of in een afgeschermd netwerkdeel geplaatst. |
| PKI (public key infrastructure) | PKI staat voor public key infrastructure: het stelsel van organisaties, afspraken en techniek waarmee digitale certificaten worden uitgegeven, beheerd en ingetrokken. Een certificaat koppelt een publieke sleutel aan een persoon, organisatie of server. Een vertrouwde certificaatautoriteit staat met haar digitale handtekening garant voor die koppeling. Zo maakt PKI versleutelde verbindingen en digitale handtekeningen mogelijk. |
| SASE (secure access service edge) | SASE staat voor secure access service edge: een architectuur waarin netwerkfuncties en beveiligingsfuncties samen als clouddienst worden geleverd. Gebruikers en vestigingen maken verbinding met een nabijgelegen knooppunt van die dienst, waar hun verkeer wordt gecontroleerd. Zo gelden dezelfde beveiligingsregels voor iedereen, op kantoor, thuis of onderweg, zonder verkeer eerst via het eigen datacenter te sturen. |
| SD-WAN (software-defined wide area network) | SD-WAN staat voor software-defined wide area network: een techniek die de locaties van een organisatie met elkaar en met clouddiensten verbindt via meerdere soorten verbindingen tegelijk, zoals glasvezel, 4G of 5G en MPLS. Een centrale controller stelt de regels in en kiest per applicatie de route. Zo hoeft niet elk kantoor apart te worden ingesteld. |
| SIEM (security information and event management) | SIEM staat voor security information and event management: software die logbestanden van servers, firewalls, laptops en applicaties centraal verzamelt en aan elkaar koppelt. Een SIEM zoekt met vaste regels naar patronen die op een aanval wijzen en geeft dan een melding. Analisten in een Security Operations Center beoordelen die meldingen en zetten zo nodig actie in gang. |
| SOC (Security Operations Center) | SOC staat voor Security Operations Center: een team dat de computers, servers en netwerken van een organisatie continu bewaakt op aanvallen. Het SOC verzamelt logbestanden, zoekt daarin naar afwijkingen en start de afhandeling als er een beveiligingsincident is. Een organisatie kan een SOC zelf inrichten, uitbesteden of een combinatie van beide kiezen. |
| SSL (Secure Sockets Layer) | SSL staat voor Secure Sockets Layer: het oorspronkelijke protocol om een internetverbinding tussen bijvoorbeeld een browser en een website te versleutelen. SSL is ontwikkeld door Netscape en opgevolgd door TLS (Transport Layer Security). Alle SSL-versies zijn onveilig, maar de naam leeft voort, zoals in het woord SSL-certificaat. |
| SSO (single sign-on) | SSO staat voor single sign-on: je logt 1 keer in en krijgt daarna toegang tot meerdere applicaties zonder opnieuw een wachtwoord in te voeren. Een centrale dienst, de identity provider, controleert wie je bent en geeft dat door aan de andere applicaties. Omdat 1 account dan toegang geeft tot alles, hoort SSO samen te gaan met MFA. |
| TLS (Transport Layer Security) | TLS staat voor Transport Layer Security: het protocol dat de verbinding tussen een client, zoals je browser, en een server versleutelt. TLS zorgt dat niemand onderweg kan meelezen of berichten ongemerkt kan aanpassen, en controleert met een certificaat of je met de juiste server praat. Het slotje en https in de adresbalk laten zien dat TLS wordt gebruikt. |
| VPN (virtual private network) | VPN staat voor virtual private network: een versleutelde verbinding over een bestaand netwerk, zoals internet. Het verkeer tussen je apparaat en een VPN-server loopt door een beveiligde tunnel, zodat anderen het niet kunnen meelezen of aanpassen. Bedrijven gebruiken een VPN voor thuiswerkers, particulieren vooral op openbare wifi. |
| WAAP (web application and API protection) | WAAP staat voor web application and API protection: een beveiligingsdienst die websites en API's tegen aanvallen van buitenaf beschermt. Een WAAP combineert een web application firewall, botdetectie, DDoS-mitigatie en API-bescherming in 1 product. Meestal draait een WAAP als clouddienst tussen het internet en de applicaties van een organisatie. |
| WAF (web application firewall) | WAF staat voor web application firewall: een beveiligingslaag die het HTTP-verkeer naar een website of webapplicatie controleert. Een WAF vergelijkt elk verzoek met regels en blokkeert verzoeken die lijken op bekende aanvallen, zoals SQL-injectie en cross-site scripting. Zo beschermt een WAF de applicatie ook wanneer de code zelf nog kwetsbaarheden bevat. |
| XDR (extended detection and response) | XDR staat voor extended detection and response: een beveiligingsplatform dat signalen van laptops, servers, netwerk, e-mail en cloud op 1 plek samenbrengt. Waar EDR alleen naar endpoints kijkt, koppelt XDR gebeurtenissen uit al die lagen aan elkaar. Zo ziet een analist een aanval als 1 samenhangend incident en kan hij vanuit 1 console ingrijpen. |
| ZTNA (zero trust network access) | ZTNA staat voor zero trust network access: een manier om medewerkers op afstand toegang te geven tot applicaties zonder hen toegang te geven tot het hele netwerk. Bij elk verzoek controleert ZTNA wie de gebruiker is, vanaf welk apparaat hij werkt en of dat apparaat veilig is. Pas daarna opent ZTNA een verbinding met 1 specifieke applicatie. |